Fok Reglement
Beknopt fok reglement van de Fokgroep Nubische Geiten.
Uitgave januari 2010
Nederlandse Organisatie
De Nederlandse Organisatie voor de Geitenfokkerij (NOG) opgericht in 1916 heeft het bevorderen van de fokkerij in Nederland tot doel, daarbij horen taken op het gebied van registratie, opleiding voor inspecteurs en keurmeesters, en verzamelen van fokkerijgegevens.
Nieuwe leden
De NOG heeft uitsluitend (regionale) geitenverenigingen respectievelijk afdelingen als leden, individuele geitenhouders zijn aangesloten bij de NOG zodra ze lid zijn van zo’n regionale of plaatselijke geitenfokvereniging. Adressen van verenigingen vindt u op www.geiten.org. Zodra u lid bent kunnen uw geiten in het bestand worden opgenomen en kan van de diensten van de NOG gebruik gemaakt worden.
Fokcommissies
De NOG kent voor de belangenbehartiging van de verschillende rassen fokcommissies.
Het informeren en enthousiasmeren van de fokkers en ondersteunen van de scholingscommissie bij de opleiding van inspecteurs en keurmeesters ten aanzien van raskenmerken zijn belangrijke taken. De fokcommissie bepaalt wat de rasstandaard is, welke dieren er voor de fokkerij ingezet kunnen worden en geeft voorlichting aan de fokkers. De “leden van een fokcommissie” (alle fokkers van dat ras) kiezen uit hun midden een bestuur. Er wordt geen aparte contributie geïnd, maar de fokcommissie krijgt op basis van een ingediende begroting jaarlijks een budget toegewezen voor het uitvoeren van de activiteiten.
Het stamboek
Het totale stamboek bestaat uit een hulpstamboek (GA= geregistreerde afstamming), het jongveeregister (JVR) en het eigenlijke stamboek (al naar gelang geslacht en status S,V,D).
Geiten met een geheel of gedeeltelijk onbekende afstamming (onvolledige afstamming), maar die voor wat betreft het exterieur voldoen aan de eisen van de NOG (algemeen voorkomen >= 70) en hierop zijn beoordeeld door een voor het betreffende ras erkende inspecteur van de NOG, kunnen worden ingeschreven in het hulpstamboek. Geiten met een onbekende moeder en een stamboekvader worden bij het Nubische ras gekenmerkt met F1 in het databestand. Indien er doorgekruist wordt met Nubische stamboekbokken kan na zes generaties de geit aangeboden worden voor opname in het stamboek. De dieren uit deze kruisingen worden in het databestand gekenmerkt met F2, F3, F4, F5 en F6 voor respectievelijk de tweede kruising met een stamboekbok tot en met de zesde kruising met een stamboekbok. Nakomelingen uit een F6-geit en een stamboekbok kunnen als volbloed in het jongveeregister worden. F-geiten mogen aan keuringen meedoen, waar ze worden beoordeeld als Nubische geiten.
Het jongveeregister
Geitenlammeren, geboren uit stamboek-, volbloed- of registerdieren kunnen worden opgenomen in het jongveeregister, mits ze geen erfelijke gebreken vertonen. Hier is de fokker verantwoordelijk voor om te controleren op erfelijke gebreken na de geboorte. Voor het registreren van boklammeren gelden strengere regels ten aanzien van afstamming en exterieur. De geregistreerde dieren in het jongveeregister worden volbloeddieren genoemd en in het databestand gekenmerkt met "JVR".
Het stamboek
Volbloeddieren kunnen worden opgenomen in het stamboek als zij voldoen aan de exterieureisen van de NOG. Opname in het stamboek kan bij bokken vanaf een leeftijd van vier maanden, geiten dienen melkgevend te zijn. De stamboekopname dient te gebeuren door een voor het betreffende ras erkende inspecteur van de NOG.
Goedgekeurde dieren worden stamboekdieren genoemd en in het databestand gekenmerkt met een "S".
Dekbewijs en geboortebericht
Het ingevulde dekbewijs (digitaal beschikbaar op de website van de NOG) dient tevens als geboortebericht en moet binnen zeven dagen na het aflammeren zijn ingeleverd of per mail gemeld bij het regionale stamboeksecretariaat. Op het dekbewijs / geboortebericht moet de lamdatum en (per lam) het geslacht, hoornaanleg en indien het een te registreren lam betreft naam en levensnummer worden ingevuld.
Het dekbewijs annex geboortebericht is digitaal te downloaden van de NOG-site www.geiten.org
Als men een geit laat dekken bij een bokhouder, dan moet het afstammingsbewijs aan de bokhouder getoond worden zodat deze de gegevens kan overnemen en controleren. Van het ingevulde dekbewijs wordt het origineel aan de eigenaar van de geit gegeven, een kopie dient te worden bewaard door de bokhouder. Herdekkingen (door dezelfde bok) moeten worden bijgeschreven op het dekbewijs (origineel en kopie). Voor een herdekking door een andere bok dient een nieuw dekbewijs te worden uitgeschreven. Het is niet toegestaan een geit in dezelfde bronstperiode door meerdere bokken te laten dekken.
Het tatoeëren/ inbrengen van oormerken/maagbolus.
De geitenhouder is verantwoordelijk voor het tijdig en correct inbrengen van het levensnummer van de lammeren. Het tatoeëren / inbrengen van de oormerken / maagbolus dient bij de geitenhouder thuis te gebeuren.
De registratie van dieren en opname in het stamboek is aan een aantal voorwaarden gebonden. Voor het vaststellen van de levensnummers van de geiten wordt de systematiek van het ministerie van landbouw (eI&R) toegepast. Elke geit krijgt een unieke codering (levensnummer) bestaande uit landcode + 12 cijfers, waarvan de laatste 5 het werknummer vormen. Het is dus niet meer de combinatie UBN + volgnummer
De regels van de overheid dienen hierbij in acht genomen te worden. Deze zijn te vinden op het LNV-loket www.minlnv.nl/loket bij onderwerp registreren. Of u kunt bellen met 0800-2233322.
Na tatoeage of oormerking respectievelijk maagbolus en het aan het regionale stamboeksecretariaat opsturen van het dekbewijs met de levensnummers en gegevens van de lammeren, ontvangt de eigenaar een volledig ingevuld jongveeformulier of afstammingsbewijs.
Geitlammeren
Voor het registreren van geitlammeren binnen een stamboekras moet de moeder binnen dat ras ingeschreven zijn in het register, jongveeregister of stamboek en moet de vader ingeschreven staan binnen het stamboek.
De dekgegevens moeten correct en tijdig zijn opgestuurd naar de stamboeksecretaris.
Boklammeren
Voor het registreren van boklammeren is de enige eis dat de ouders ingeschreven staan in het stamboek als S respectievelijk in het geval van een bok V of D. Bij aanmelding van de geboorte van boklammeren controleert de regionale stamboeksecretaris of de moeder van het boklam voldoet aan deze eis. Bij onze Fokcommissie kent men het wachtbokprincipe. Bokjes geboren uit moeders die nog niet opgenomen zijn in het stamboek (dus nog JVR zijn) mogen aangehouden worden. Zij worden (voorlopig) in het stamboekbestand geregistreerd onder het ras overige. De bok mag pas ingezet worden voor de fokkerij nadat de moeder opgenomen is en de bok zelf voorlopig opgenomen is, dan komt die ook in het stamboek met V(voorlopig opgenomen) als herkenning.
Het stamboeksecretariaat
Het landelijke stamboekbestand wordt beheerd onder verantwoordelijkheid van het NOG-bestuur en omvat het gehele leden-, fokkers- en dierenbestand van de NOG. In Nederland zijn drie Stamboeksecretarissen actief:
Voor de provincies Groningen,Friesland, Drenthe, Noord-Holland is dit Pieter Zijlstra, Tsjaerddijk 33,,8773 KM Folsgare Tel.: 0515-569638
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien.
Voor Gelderland en Utrecht is dit Gerard Bos, Stichts End 78a, 1244 PR Ankeveen Tel.: 035-6562774
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien.
Voor Overijssel, Avereest, Noord-Brabant, Zuid-Holland, en overig Zuid-Nederland is dit Piet van Haperen, Oranjestraat 82, 5126 BR Gilze, Tel.: 0161-455096,
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien.
Het is de bedoeling dat de fokkers uit de beschreven provincies hun geboorteberichten en andere mutaties opsturen / doorgeven / mailen aan deze stamboeksecretarissen. Mutaties in ledenbestand worden door de secretarissen van de verenigingen lopende het jaar doorgegeven aan de stamboeksecretarissen.
Stamboekinspectie
Stamboekinspecties worden uitgevoerd door daartoe opgeleide en aangestelde inspecteurs. De stamboekinspecteurs vallen onder de verantwoordelijkheid van de landelijke organisatie en worden door de permanente scholingscommissie van de NOG begeleid door middel van instructie- en bijscholingsdagen en instructiemateriaal. Bij de opname van dieren wordt gebruik gemaakt van een NOG-keurrapport. Dit rapport is verdeeld in de zogenaamde bovenbalk, de onderbalk en de afwijkingen. De bovenbalk bevat de belangrijkste beoordelingscriteria, te weten: Algemeen voorkomen, Type, Ontwikkeling, Uier en Benen. Voor deze criteria worden punten gegeven op een schaal van 65 tot 100.
Geiten met erfelijke gebreken krijgen een score "onvoldoende" bij afwijkingen, wat een automatische afkeuring inhoudt. Voor Algemeen Voorkomen wordt hierbij een score gehanteerd die volgens de normale wegingscriteria bepaald wordt. In het databestand worden deze geiten gekenmerkt met "AFG".
In de onderbalk worden diverse onderdelen beoordeeld op een schaal van 1 tot en met 9 waarbij 5 de ideale waarde is. Bij de afwijkingen wordt aangegeven of het dier bepaalde afwijkingen vertoont, waarbij onderscheid gemaakt wordt in lichte en ernstige afwijkingen en in uitsluitingen. Eerste lactatiegeiten en bokken jonger dan vierentwintig maanden krijgen voor het onderdeel algemeen voorkomen maximaal 89 punten, waarbij de eerste lactatiegeiten voor het onderdeel uier eveneens maximaal 89 punten kunnen krijgen.
Een inspecteur van de NOG bepaalt of het betreffende dier voldoet aan de eisen van de NOG. Hiervan wordt een volledig keurrapport met doorslag opgemaakt. De doordruk wordt direct na de opname overhandigd aan de eigenaar en het origineel wordt door de stamboekinspecteur uiterlijk één maand na de inschrijving ingeleverd bij het landelijke stamboeksecretariaat. Na inbreng van het keuringsrapport in het stamboekbestand ontvangt de eigenaar een bewijs van geregistreerde afstamming met vermelding van het laatst ingebrachte keuringsrapport. Hierdoor komen eerdere rapporten van het betreffende dier te vervallen. Indien het dier niet voldoet vermeldt de inspecteur dit duidelijk op het keurrapport en geeft het mondeling door aan de eigenaar.
Opnames kunnen plaatsvinden op keuringen, centraal of aan huis. In de beide eerste gevallen worden alleen die dieren opgenomen die vooraf aan de organisatie zijn opgegeven. In het laatste geval moet de eigenaar een verzoek indienen bij de door de NOG hiertoe aangewezen regionale coördinatoren en zijn voorrijdkosten verschuldigd, tenzij anders besloten door het NOG-bestuur. Er wordt onderscheid gemaakt in een voorlopige opname, definitieve opname, herkeuring op verzoek en herkeuring op beroep. Een dier mag slechts één maal per kalenderjaar aangeboden worden voor opname in het stamboek (met uitzondering van herkeuring op beroep).
Voorlopige opname van jonge bokken
De voorlopige opname geldt voor jonge volbloedbokken. Zij kunnen vanaf een leeftijd van vier maanden tot een leeftijd van één jaar worden aangeboden voor opname in het stamboek. Indien zij aan de stamboekeisen voldoen mogen ze dekken totdat ze achttien maanden oud zijn. Op dat ogenblik vervalt de voorlopige opname en zullen ze aangeboden moeten worden of zijn voor de definitieve opname alvorens weer dekdiensten voor het stamboek te mogen verrichten.
Definitieve opname van bokken
Na een leeftijd van twaalf maanden kunnen volbloedbokken worden aangeboden voor definitieve opname in het stamboek. Indien de bokken bij definitieve opname aan de stamboekeisen voldoen, mogen zij ingezet worden en blijven in de fokkerij. Om volwassen bokken na een leeftijd van achttien maanden te kunnen inzetten voor de fokkerij moet het dier definitief ingeschreven zijn in het stamboek.
Herkeuring op verzoek
Elk dier mag opnieuw voor opname in het stamboek worden aangeboden, mits het dier in hetzelfde kalenderjaar nog niet eerder is aangeboden. Met een herkeuring vervallen de eerdere stamboekopnames.
Indien bokken bij een herkeuring niet meer voldoen aan de stamboekeisen, mogen ze niet meer ingezet worden in de stamboekfokkerij.
Herkeuring op beroep
Indien de eigenaar het niet eens is met de beoordeling van de inspecteur, kan hij binnen veertien dagen na de datum van de beoordeling een herkeuring op beroep aanvragen bij de secretaris van de NOG, onder overlegging van een kopie van het opnamerapport. Binnen veertien dagen na de aanvraag om een herkeuring zal een daartoe aangewezen inspecteur of tweetal inspecteurs de herkeuring uitvoeren. Deze uitslag is bindend. De kosten van herkeuring op beroep zijn voor rekening van de aanvrager, indien de herkeuring een gelijke of lagere waardering oplevert voor Algemeen Voorkomen. Indien het dier een hogere waardering voor Algemeen Voorkomen krijgt, zijn de kosten voor rekening van de NOG. Als kosten worden de standaardkosten die gerekend worden bij een huiskeuring gehanteerd.
Inspecteurs
Aanvragen inspecteurs voor keuring (door afdeling) of thuiskeuring (door individuele fokker) voor:
Noord-Nederland is dit Pieter Zijlstra, Tsjaerddijk 33, 8773 KM Folsgare, Tel.: 0515-569638,
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien.
voor Midden-Nederland: Jan van Burgsteden, Eesveenseweg 50, 8347 JD Eesveen, Tel.: 0521-516297,
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien.
en voor Zuid-Nederland: Piet van Haperen, Oranjestraat 82, 5126 BR Gilze, Tel.: 0161-455096,
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien.
Inspecteurs van het Nubische ras zijn:
Gerad Bos Stichts End 78a 1244 PR Ankeveen 035-6562774
Jan van Burgsteden Eesveenseweg 50, 8347 JD Eesveen, 0521-516297
Piet van Haperen, Oranjestraat 82, 5126 BR Gilze, 0161-455096
Herman Hoekstra Ringweg 36 9073 HH Marrum 06-53940619
Doede de Jong Felsemerleane 32 8843 KB Spannum 0517-232492
Martien Mattheeuwse Nieuwendijk 3 5688 LK Oirschot 0499-571681
Aan- en verkoop
Indien een geregistreerd dier verkocht wordt aan een ander NOG-lid, moeten de stamboekpapieren opgestuurd worden naar het stamboeksecretariaat, met vermelding van naam, adres, lidnummer en UBN van de nieuwe eigenaar. De verkoper is verantwoordelijk voor de correcte afhandeling. Voor de nieuwe eigenaar is het lidmaatschap van een vereniging van de NOG vereist voor registratie van dieren op zijn/haar naam. In alle andere gevallen wordt het dier `buiten stamboek` geplaatst, wat wil zeggen dat er geen nieuwe nakomelingen van kunnen worden geregistreerd en het dier niet mag deelnemen aan door de NOG geregistreerde keuringen en andere activiteiten. Indien een verkochte geit al gedekt is, dient het dekbewijs te worden meegegeven aan de nieuwe eigenaar, zodat hij/zij de nakomelingen kan laten registreren.
Afvoer
Indien het dier voor de dood of voor de handel is verkocht of indien het dier gestorven is, moeten de stamboekpapieren en eventuele dekbewijzen bij de regionale stamboeksecretaris worden ingeleverd met opgave van reden of doel van afvoer. Afvoer van gestorven dieren gaat via Rendac. Het melden van kadavers is een wettelijke verplichting. Het melden kan telefonisch via het Voice Response Systeem (VRS) van Rendac, telefoonnummer 0900 - 9221 met vermelding van de diercode 41 als het om een volwassen dier gaat en 42 als het om een lam gaat. Bij het Ministerie van LNV moet u het dier afmelden
Import, export van dieren en registratie van transportmiddelen
Importdieren kunnen door de NOG worden erkend als officiële afstammingsgegevens kunnen worden overlegd. Dieren, geïmporteerd vanuit landen binnen de EU, van overeenkomstige in Nederland gehouden rassen en ingeschreven in het stamboek van het betreffende ras, worden direct ingeschreven.
Bij verkoop naar het buitenland dienen door de NOG exportcertificaten te worden meegeleverd. De verkoper stuurt de gegevens van het betreffende dier, met vermelding van de nieuwe eigenaar, naar het stamboeksecretariaat, dat ervoor zorgdraagt dat het exportcertificaat bij de betrokkene komt.
Bij het Ministerie van LNV moet u het dier afmelden onder vermelding van UBN nieuwe eigenaar .
Bij het importeren en exporteren van landbouwhuisdieren dient u de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) te raadplegen. Dit geldt ook voor de registratie van transportmiddelen (indien u bij het vervoer van schapen of geiten gebruik maakt van een vervoermiddel van iemand anders). In deze situaties moet u voldoen aan bepaalde eisen die de gezondheid van mens en dier en het dierenwelzijn waarborgen. De VWA ziet hierop toe. De dienst is onder meer verantwoordelijk voor het weren en bestrijden van besmettelijke dierziektes, houdt toezicht op productieketens en -processen en keurt dieren en dierlijke producten voor import en export. Buiten deze wettelijke taken verricht de dienst ook betaalde werkzaamheden op verzoek, zoals het verstrekken van garantiecertificaten voor landen buiten de Europese Unie.
U kunt contact opnemen met de VWA (www.vwa.nl) in uw regio:
Regio Noordwest (020) 524 46 00
Regio Noord (050) 588 60 00
Regio Zuidwest (078) 611 21 00
Regio Oost (0575) 58 81 00
Regio Zuid (040) 291 15 00
Bij afvoer van uw dieren moet u in het eI&R systeem van het Ministerie van Landbouw doorgeven wie de volgende houder is. Is de volgende houder niet geregistreerd bij Dienst Regelingen of weet u niet wie de volgende houder is, dan mag u uw dieren niet afvoeren. Een afvoermelding zonder opgave van de volgende houder (UBN) is niet volledig en wordt niet geaccepteerd. U blijft dan in gebreke met uw afvoermelding.
Overheidsregels geiten
Als u geiten houdt moet u geregistreerd staan bij Dienst Regelingen en een Uniek Bedrijfsnummer (ME/UBN) hebben. Het maakt hierbij niet uit of u 1, 20 of 200 geiten heeft. Wijzigingen in naam en adresgegevens, het bedrijf waar de dieren worden gehouden en wijzigingen in gehouden diersoorten, geeft u binnen drie weken door. Bent u al geregistreerd bij Dienst Regelingen (u heeft een relatienummer) dan kunt u via Mijn dossier zelf een nieuw UBN registreren. Hiervoor heeft u inloggegevens nodig. Beschikt u niet over inloggegevens dan kunt u die telefonisch aanvragen bij Het LNV-Loket. Beschikt u niet over internet, dan kunt u het UBN telefonisch aanvragen via Het LNV-Loket. Het voorlopige UBN dat via Mijn dossier of telefonisch is uitgegeven, kunt u voor de melding gebruiken. Vergeet niet de toegestuurde bevestigingsbrief voor het nieuwe UBN ondertekend terug te sturen. Pas dan krijgt het UBN de status definitief.
Bent u niet bekend bij Dienst Regelingen dan moet u eerst een relatienummer aanvragen. U ontvangt hiervoor een formulier waarmee u ook meteen een UBN kunt aanvragen. Houdt u er rekening mee dat het aanvragen van een relatienummer en tegelijk een UBN langer gaat duren
Elektronische identificatie en registratie (eI&R)
Vanaf 1 januari 2010 zijn geitenhouders verplicht om alle lammeren die vanaf die datum worden geboren elektronisch te merken en alle geiten individueel te registreren in het I&R-systeem, vanaf die datum moet u wijzigingen zoals aanvoer, afvoer en sterfte melden in het I&R-systeem. Ook mag u dieren die u bestaande geiten omnummeren. Elke geit moet u merken met een door Dienst Regelingen goedgekeurde set merken. Naast een gewoon merk, moeten ze een chip in het tweede merk hebben. Na het merken moet u de dieren registreren op het systeem van het ministerie. Na registratie kunt u uw eigen gegevens via internet inzien en controleren.
De identificatie en registratie van dieren is er om altijd te weten waar dieren zich bevinden en om te kunnen achterhalen waar dieren zich hebben bevonden. Dit is vooral belangrijk in het kader van de bestrijding van besmettelijke dierziekten.
Merken
Alle merken bestelt u direct bij uw merkleverancier. De NOG heeft afspraken gemaakt met leverancier Beljaars voor lagere tarieven, zie http://www.beljaarsschapen.eu/
Hoe geeft u de meldingen door aan het I&R-systeem?
U kunt op verschillende manieren meldingen doorgeven aan het I&R-systeem:
Via SG-Online, dit is de opvolger van IDR-online, het systeem om via Internet uw dierenadministratie bij te houden. Nieuw in SG-Online is dat uw gegevens vanaf 1-1-2010 automatisch worden doorgegeven aan LNV, mutaties moet u dan aldaar doorgegeven. Meer informatie vindt u op http://www.sg-online.nl/
Online via Mijn dossier op de LNV website: U kunt de gegevens van uw eigen dieren bekijken en controleren. Ook kunt u alle mutaties, verplaatsingen of wijzigingen invoeren. U houdt tevens uw bedrijfsregister bij.
Per Telefoon: Door een Voice Response Systeem (VRS) kunt u direct mutaties en verplaatsingen invoeren in het I&R-systeem. Dit doet u door gebruik te maken van de druktoetsen van de telefoon.
Per Bedrijfsmanagementsysteem: Dit is alleen mogelijk als uw bedrijfsmanagementsysteem een automatische verbinding heeft met het I&R-systeem (vraag uw softwareleverancier, zij kunnen dit voor u maken). Dit kan voor houders die hun gegevens bij het stamboek aanleveren en waarbij dit systeem gekoppeld is.
Keuringen
Voor dieren die naar een keuring gaan zult u twee meldingen moeten doen. Een afvoermelding bij het verlaten van het bedrijf en een aanvoermelding bij terugkeer. Keuringsplaatsen worden vaak adhoc geregeld. Er is dan geen tijd om een UBN aan te vragen. Beschikt de keuringsorganisatie over een relatienummer van Dienst Regelingen dan kan zij een UBN telefonisch aanvragen bij Het LNV-Loket. Een UBN voor een keuringsplaats (evenemententerrein) kan niet via Mijn dossier worden geregistreerd. Beschikt de keuringsorganisatie niet over een relatienummer van Dienst Regelingen, dan moet zij eerst een relatienummer aanvragen. Hiervoor ontvangt de organisatie een formulier waarmee zij ook meteen een UBN kan aanvragen. Op het formulier moet duidelijk vermeld worden dat het gaat om een UBN voor een evenemententerrein (keuringsplaats). Houdt er rekening mee dat het aanvragen van een relatienummer en tegelijk een UBN langer gaat duren. Zie voor de overige regels de website www.geiten.org
Certificaatwaardige dieren met de GD
Geiten zijn gevoelig voor een aantal aandoeningen waarbij behandeling niet mogelijk is. Het gaat onder andere om CAE en CL bij geiten. Het beste is dat uw dieren deze aandoeningen niet krijgen. De Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) heeft speciale gezondheidsprogramma's voor Scrapie, CAE en CL
Om deel te kunnen nemen aan één van bovengenoemde Diergezondheidsprogramma’s behoort u deelnemer te zijn aan de Georganiseerde Zorg; alle dieren op uw bedrijf dienen hierbij individueel geïdentificeerd en geregistreerd te worden. Deze gegevens worden bij ons vastgelegd in het systeem. Voor deelname aan de Georganiseerde Zorg wordt een vast bedrag (administratie, certificering en informatievoorziening) en een bedrag afhankelijk van het aantal dieren op uw bedrijf ouder dan één jaar in rekening gebracht. Bij elektronisch aanleveren van de diergegevens geldt een aanmerkelijk lager tarief in vergelijking met het handmatig aanleveren. U kunt ook zelf de diergegevens elektronische aanleveren via www.idr-online.nl. Deelnemers aan de Georganiseerde Zorg ontvangen aanzienlijke korting op de bloedonderzoeken die nodig zijn voor het verkrijgen van een van een gecertificeerde vrijstatus.
Deelname aan CL, CAE en zwoegerziekte houdt in dat uw geiten regelmatig worden onderzocht op de betreffende virussen of bacterie. Uw bedrijf wordt officieel vrij of certificaatwaardig verklaard als uit onderzoek blijkt dat het minimaal een jaar geen besmette dieren meer heeft en dat alle dieren ouder dan een half jaar zijn onderzocht. Een jaar daarna moet bij een steekproef van dieren ouder dan één jaar opnieuw onderzoek plaatsvinden. Bij gunstig resultaat vindt daarna één keer per twee jaar een steekproefonderzoek plaats.
Voor vragen/informatie over de diergezondheidsprogramma’s moet u contact opnemen met GD: 0900-1770 of via e-mail:
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien.
of kijk op de website van GD www.gezondedieren.nl of www.capraovis.nl.
Laatst aangepast (zaterdag, 16 oktober 2010 12:01)
